Onze pedagogie

De steinerpedagogie heeft als doel jonge mensen te helpen in hun ontwikkeling tot ondernemende individuen die zelfstandig denken, oordelen en handelen. De ontwikkeling van het kind staat centraal. De pedagogie knoopt telkens aan bij de leeftijdsfase waarin het kind zich bevindt. Dat gebeurt in de basisschool met vertel- en leerstof, aangepast aan de leeftijd van het kind. In de middelbare school wordt gekeken naar welke leerstof de leerlingen nodig hebben om de volgende stap in hun ontwikkeling te zetten.

In het lessenaanbod herken je zowel cognitieve vakken als kunstzinnige vakken en handvaardigheidsvakken. Daarmee bestrijkt het steineronderwijs de drie ontwikkelingsdomeinen van elk kind: het denken, het voelen en het willen.

Samen met alle steinerscholen in Vlaanderen ontwikkelde de school daartoe een eigen leerplan met eigen goedgekeurde leerdoelstellingen.

Natuurlijk is ook de steinerpedagogie voortdurend in beweging. In onze school heerst een advies- en overlegcultuur, waarin leerkrachten, schoolmedewerkers en ouders een plaats hebben. De schoolleiding ontwikkelt samen met leerkrachten, het schoolbestuur of de ouderraad het beleid van de school. Tegelijk is ze verantwoordelijk voor de uitvoering van de beslissingen die zo tot stand gekomen zijn.

 

Ontstaan

De steinerpedagogie ontstond uit de ‘Sociale Driegeleding’, een beweging voor sociale en culturele vernieuwing en gaat terug op het gedachtegoed en de ervaringen van Rudolf Steiner, fenomenoloog, opvoeder, filosoof en grondlegger van de antroposofie. Zijn medepioniers in de eerste school in Stuttgart in 1919 werkten dit mee uit. Het eerste initiatief was op vraag van de directeur en de werknemers van de Waldorf-fabriek. In vele landen is deze pedagogie onder de naam Waldorfpedagogie gekend, in Nederland als Vrije Scholen en in Vlaanderen als de steinerscholen.

 

Eerbied voor de individuele ontwikkeling

Ons onderwijs is geïnspireerd door de manier waarop men in de antroposofie naar de mens en zijn ontwikkeling kijkt. In deze visie is een mens deel van twee werelden: een geestelijke en een materiële. Vanuit de geestelijke wereld komt de mens als kind op aarde met een unieke levensvraag. Het is het doel van onze opvoeding de jonge mens zijn eigen weg te helpen ontdekken en de competenties te helpen verwerven om die te realiseren. Daarom hebben we een grote eerbied voor de eigen ontwikkeling van elke leerling.

 

Leeftijdsgericht

Doorheen opeenvolgende leeftijdsfasen ontwikkelt het kind achtereenvolgens de basis voor een eigen wilsleven, een persoonlijk gevoelsleven, en een eigen oordeelsvermogen en moraliteit. Elk van deze fasen biedt unieke, soms eenmalige kansen, en stelt eigen opgaven. Daarom wil de steinerpedagogie vooral een leeftijdsgerichte pedagogie zijn.

 

Periodeonderwijs

Alle hoofdvakken (aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, chemie, fysica, esthetica, Nederlands en wiskunde) worden in periodeonderwijs gegeven. Dat betekent dat de leerlingen drie weken lang, telkens de eerste twee uren van de lesdag, worden ondergedompeld in de leerstof van dat vak. Deze manier van werken maakt een intensieve verbinding met de leerstof mogelijk. Voor de vakken wiskunde en Nederlands worden naast het periodeonderwijs ook vakuren ingericht.

 

Ritmische werkvormen

We bereiken dit door een ritmische afwisseling van cognitieve, kunstzinnige en praktische lesinhouden;

  • De jaarfeesten, verbonden met de seizoenen en christelijk geïnspireerd.
  • De bundeling van sommige algemene vakken in ‘periodes’ van enkele schoolweken. Tijdens dit periode-onderricht werken de leerlingen elke ochtend twee klokuren aan éénzelfde vak.
  •  

De kunstzinnige benadering van de leerstof en de leerprocessen

In de middelbare steinerschool benaderen we alle vakken op een kunstzinnige wijze zodat de leerlingen zich sterk met de leerprocessen kunnen verbinden. Hierdoor spreken we bij de leerling het denken, het voelen en het willen aan als evenwaardige vermogens. De leerkracht benadert het onderricht als een kunstzinnig proces: vrijheid en eigen beleving zijn daarbij essentieel.

 

Zelfwerkzaamheid

De leerlingen verwerken in vele vakken op persoonlijke manier de leerstof in periodeschriften. Het zijn werkstukken waarin de leerlingen samenvattingen, illustraties en een eigen vormgeving uitwerken. Vanaf de tweede graad verwachten we dat de leerlingen zelfstandig notities nemen.

Een bijkomende aanzet tot zelfstandig leren en werken zijn – vanaf de eerste graad – de jaarwerken en portfolio’s. De afronding van het jaarwerk en vaak ook van de portfolio’s bestaat uit een presentatie, meestal voor de klas en de eigen leraren. In het laatste jaar stellen de leerlingen hun eindwerk voor aan een publiek van leraren, ouders en geïnteresseerden.

In de tweede en derde graad aso zijn de ervaringsgerichte werkweken of practica een uitstekend middel om de horizon van de leerlingen te verruimen. Deze werkweken vinden plaats in de landbouw, de sociale sector alsook in de industrie.

 

Vakoverschrijdend werken

In gezamenlijk overleg streven de leraren in hun vakken de decretale vakoverschrijdende eindtermen na. Alleen op het vlak van ICT leggen de steinerscholen eigen accenten, die door de overheid erkend worden.

Daarnaast bieden de ervaringsgerichte werkweken en practica, ook binnen aso, en de kunstzinnige projecten zoals toneel- en muziekprojecten veel kansen om de verschillende leerprocessen te integreren. Leerlingen oefenen zowel praktische als sociale aspecten: ze moeten zich inleven, zich organiseren. Ze spelen verschillende rollen, plegen overleg, zoeken een esthetische benadering. Ook in de beroepsgerichte vakken streven we er naar een verregaande integratie van praktische, theoretische en kunstzinnige vorming.

 

De plaats van het spirituele

Het spirituele is een inspiratiebron voor de werking van de school op elk niveau. We streven ernaar het religieuze element te integreren in de gehele pedagogie. We doen dit binnen een christelijke traditie, maar zijn niet verbonden aan een erkende eredienst. Vooral door de ontwikkeling van morele gevoelens als dankbaarheid, liefde en eerbied en door het vieren van jaarfeesten willen we de basis leggen voor een gezond religieus en spiritueel leven. Dit nemen we ruim op, zodat in een steinerschool leerlingen van elke levensbeschouwing welkom zijn.

 

Van vaste klasleraar tot enkel vakleraren

Net zoals de jongere in de loop van het leerproces verandert, verandert ook de rol van de leraar. Jongere leerlingen hebben behoefte aan leiding. Ze verwachten een autoriteit die zich met de klasgroep verbindt en voor een vast referentiekader zorgt. Daarom geven de klasleraren in de eerste graad van het secundair onderwijs bij voorkeur veel vakken zelf. Vanaf de tweede graad komt het zelfstandige denken meer op de voorgrond en gaat de autoriteit eerder uit van het vak en de kennis van de leraar. Op deze leeftijd verzorgt een groep leraren de begeleiding. De taak van de titularis richt zich van dan af meer op de organisatorische en coördinerende aspecten in de klas.

 

De sociale impuls van de Steinerschool

Leerlingen, ouders, leraren en andere participanten zijn gelijkwaardig. Elke groep heeft een eigen opgave en inbreng in de schoolgemeenschap. De sociale impuls vertrekt daarbij vanuit ieders individuele medeverantwoordelijkheid voor het geheel van de school, met respect voor de gekozen bestuurlijke organisatie. De school hanteert daarbij een model van bestuur en leiderschap gebaseerd op samenwerking, verantwoordelijkheid, transparantie en verantwoording afleggen.