Veelgestelde vragen

Er zijn 14 Steinerscholen in Vlaanderen. Meer info vind je op de website van de Federatie Steinerscholen. Zelf zijn we één van de acht vestigingen van de Middelbare Steinerschool Vlaanderen (MSV).

Het aantal lesuren (van 50 minuten, soms gegroepeerd per twee) is vergelijkbaar met andere aso-richtingen. Als men de wekelijkse agenda van onze leerlingen vergelijkt met het rooster in andere aso-scholen dan vallen enkele zaken bijzonder op:

  • Sommige vakken (zoals aardrijkskunde, chemie, fysica, geschiedenis, literatuur …) worden tijdens de ochtendperiode aangeleerd, d.w.z. in periodes van drie weken staan de eerste lesuren van de dag telkens in het teken van één bepaald vak. Leerlingen dompelen zich op die manier helemaal onder in de leerstof, zodat ze zich die echt eigen maken.
  • Er is een ruime plaats voor kunstvakken. In de 2e en 3e graad van de middelbare school aso-richting worden tot 5 lesuren plastische kunstvakken en ambachten, 2 lesuren muzikale opvoeding en 1 lesuur koorzang ingericht. In elke graad wordt een klastoneel voorbereid en opgevoerd.
  • In de 2e en 3e graad van de middelbare school gaan de leerlingen in groep naar buiten tijdens de extra-murosweken, werkweken en schoolreizen: bosbouw, landmeten, een cultuurreis… en waar elke leerling naar uitkijkt: de eindreis in het laatste jaar waarbij de klas zelf de bestemming mee bepaalt en acties op poten zet om de reis te helpen financieren.
  • Tijdens een stageweek trekken de leerlingen vanaf de tweede graad ook buiten de schoolmuren. Met individuele landbouwstages, winkelstages, industriële stages en sociale stages leren ze het werkveld en de dagelijkse praktijk kennen.
  • Jaarwerken en eindwerken bereiden leerlingen voor op de toekomst na de middelbare school. Het eindwerk, een tweejarig individueel project, is een echte maturiteitsproef met zowel een theoretisch als een praktisch en/of kunstzinnig deel.

Ja! De regels voor het instappen of overschakelen van studierichting zijn gewoon van toepassing zoals in een andere aso-richting. Uiteraard zal er een aanpassing nodig zijn en zal veel afhangen van de motivatie en de eigen capaciteiten van de leerling.

Nee! We trachten te vertrekken van wat het kind op dit gebied reeds kan. De leerling moet wel interesse hebben en graag kunstzinnig bezig zijn.

Informatie-  en communicatietechnologie maakt een integraal deel uit van de leerstof die op secundaire steinerscholen wordt aangeboden, net zoals voor alle scholen in Vlaanderen. Er zijn eigen eindtermen geformuleerd voor de eerste graad SO die een licht ander accent hebben dan de eindtermen van de overheid maar die gelijkwaardig zijn verklaard. In de tweede en derde graad wordt ICT geïntegreerd in de vakken waar deze technologie een meerwaarde biedt, zoals in de eigen leerplannen aangegeven.

In de steinerscholen wil men gezond kritisch blijven t.o.v. de techniek en vooral goed nadenken over de pedagogische waarde van de in te zetten techniek in de onderwijspraktijk. Onze fundamentele opdracht is niet de leerlingen voor te bereiden op een virtuele wereld maar op de werkelijke wereld.  Daar hoort omgaan met de computer bij, maar er gaan belangrijke stappen aan vooraf. De rol van de leerkracht is in deze onontbeerlijk, namelijk in de manier waarop betekenis wordt gegeven aan informatie verkregen o.a. via ICT.

Het gebruiken van ICT op zich is immers geen garantie op het verkrijgen van relevante informatie. Men moet elke informatie door middel van kennis in een breder kader kunnen plaatsen. Daarom is het nodig om te spreken van media-educatie in zijn geheel. De steinerscholen gaan uit van het principe dat de afgestudeerden in staat moeten zijn om op een adequate manier om te gaan met ICT.

Neen, antroposofie is geen leervak. Bij het lesgeven gaan leraren wel uit van het antroposofisch mensbeeld, maar zij onderwijzen dit niet. Leerlingen die na 6, 12 of misschien wel 15 jaar de steinerschool verlaten kunnen geen theoretische uiteenzetting geven over deze pedagogie noch over de antroposofie. Ze kunnen enkel vertellen hoe het er in de praktijk op een steinerschool aan toegaat. Met andere woorden: een school is geen steinerschool omdat er een vak ‘Steiner’ wordt onderwezen, maar omdat er elke dag opnieuw vanuit de antroposofische bezieling wordt gewerkt.

Net zoals alle Vlaamse scholen, hebben de steinerscholen de opdracht om eindtermen en ontwikkelingsdoelen na te streven. Het standpunt van de steinerscholen in het actuele maatschappelijke discours omtrent de eindtermen vindt u hier.

Toen  bleek  dat de decretale eindtermen en ontwikkelingsdoelen – die voor alle Vlaamse scholen gelden – onvoldoende ruimte lieten voor de steinerscholen met een heel eigen pedagogisch concept, werd de mogelijkheid gecreëerd eigen eindtermen te formuleren.  Zo konden de schoolbesturen van de steinerscholen eigen eindtermen en ontwikkelingsdoelen formuleren die nauw aansluiten bij het eigen pedagogisch concept.

Op basis van studiewerk en de verzameling van veel praktijkervaring, groeide een Vlaams leerplan, trouw aan de uitgangspunten van de pedagogie met veel ruimte voor beweging. Een leerplan dat de leraar niet vastzet, maar hem juist uitnodigt om enthousiast telkens opnieuw vorm te geven aan de klaspraktijk. 

Tenslotte wil dit leerplan ook de nodige duidelijkheid scheppen voor de overheid. In deze zin heeft dit document dan ook een juridisch-informatief karakter. Het is de basis voor onze erkenning door de Vlaamse overheid.

Je kan alle leerplannen terugvinden op deze link

Elk ASO diploma geeft toegang tot de universiteit, ook dat van de richting steinerpedagogie. In de steinerpedagogie wordt geen specialisatie in een vak of vakkengebied aangeboden. Aan de algemene basisvorming van een ASO richting worden hier eerder kunstzinnige en praktisch-technische vakken toegevoegd.

In de richting steinerpedagogie zijn de klasgroepen niet verder uitgesplitst naar talenten en op dat vlak dus meer divers dan elders. Er wordt veel tijd en aandacht besteed aan het optimaal ontwikkelen van ieders talent en motivatie. Het overgrote deel van de leerlingen bereikt zo voldoende niveau voor een professionele bachelor. Een aanmerkelijk deel daarvan kan ook aan een academische bachelor beginnen. Bij de studenten die dit doen, is het studierendement goed te noemen en vergelijkbaar met andere studierichtingen van het ASO.

De door oud-leerlingen behaalde hogere diploma’s splitsen zich als volgt op: 55% behaalde een diploma in een bacheloropleiding en 45% in een masteropleiding.

Ruim 30 procent slaagde in de sociaal-agogische, de psychologische en pedagogische richtingen én de lerarenopleidingen. Daarna volgen de meer artistieke en toegepaste artistiek-technische richtingen, zoals muziek, podiumkunsten, audiovisuele en beeldende kunsten, én architectuur met in totaal 25%. Economie, handelswetenschappen, industriële, technologische en toegepaste wetenschappen zijn samen goed voor 17%. Telkens 8% kozen voor taal- en letterkunde, geschiedenis, godsdienst, moraal en wijsbegeerte enerzijds of voor gezondheidszorg en geneeskunde anderzijds. Lager scoren de exacte wetenschappen én de politieke en sociale wetenschappen, rechten en criminologie.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook voorbeelden van atypische uitstromers: een opvallend groepje ging werken in de bio-ecologische bouwsector, iemand runt nu een zelf-oogstboerderij, iemand startte een succesvolle kledingwinkel in ecologisch verantwoorde kleding, anderen zijn vastgoedverkopers, enz. Zij zijn allen nu succesvolle zelfstandigen. Daarnaast gingen ook een paar oud-leerlingen bij de politie.

Je merkt, even breed als het aanbod van de steinerpedagogie is, is de waaier aan mogelijkheden die zich nadien aanbiedt.

Volg jij ons al op Facebook?